| |
|
|
Geschiedenis van Griekenland
De Griekse nationaliteit wordt bepaald door taal, religie,
afkomst en gebruiken, en niet door de locatie. De vroegste
geschiedenis kenmerkt zich door interne strijd, vanaf de
Myceense en Minoïsche cultuur in de Bronstijd tot de onderling
strijdende stadstaten uit het eerste millennium v. C.
Nadat Philippus II van Macedonië het Griekse leger in 338 v.C.
bij Chaironaia had verslagen, behoorde Griekenland tot het rijk
van Alexander de Grote.
Met de overwinning van de Romeinen op de Macedoniërs in 168
v.C. werd Griekenland een Romeinse provincie. Als deel van het
Oost-Romeinse Rijk werd het geregeerd vanuit Constantinopel en
in de 11de eeuw ontwikkelde het land zich tot een machtig
element in de Byzantijnse wereld.
Toen Constantinopel in 1453 in Osmaanse handen viel, verdween
Griekenland als politieke entiteit. Het besef dat juist de
democratie van het klassieke Athene tot zoveel revoluties in het
buitenland had aangezet, gaf de Grieken ten slotte zelf de moed
om in 1821 de Onafhankelijkheidsoorlog te beginnen.
In 1832 riepen de grote mogendheden die Europa domineerden,
een protectoraat uit over Griekenland, waarmee een eind kwam aan
de Osmaanse heerschappij.
Hoewel Griekenland opnieuw een grote staat werd, eindigde de
poging om Constantinopel in te lijven in 1922 in een rampzalige
nederlaag.
Nu, als gevestigde democratie en lid van de EU, lijkt
Griekenland na 2000 jaar buitenlandse overheersing eindelijk
zelf het heft in handen te hebben genomen.
|
|